RCC: Real Deal Dagen-campagne misleidde reizigers

De Reclame Code Commissie (RCC) heeft op 1 september geoordeeld dat KLM reizigers misleidde met reclame voor de Real Deal Dagen, de terugkerende kortingsactie van de luchtvaartmaatschappij. De uitspraak volgt op een klacht van de Consumentenbond over de campagnes van september 2025 en januari 2026, meldt de Consumentenbond.

In de advertenties gebruikte KLM bewoordingen als "korting", "extra scherp geprijsd" en "onweerstaanbare deals". Volgens de RCC wekte dat de indruk dat tickets tijdens de actieperiode goedkoper waren dan normaal. Uit onderzoek bleek echter dat sommige prijzen tijdens de "aanbieding" juist stegen. Een concreet voorbeeld: een retourticket naar Curaçao kostte twee dagen voor de start van de Real Deal Dagen €615, maar werd tijdens de actie aangeboden vanaf €699 — een verhoging in plaats van een korting, meldt Up in the Sky.

De kern van het probleem zat in de manier waarop KLM het prijsvoordeel onderbouwde. De maatschappij vergeleek actieprijzen met een eigen interne referentie, het zogeheten "structureel tarief", zonder consumenten inzicht te geven in wat dat tarief precies inhield of hoe het tot stand kwam. Daardoor konden reizigers niet beoordelen hoe groot de korting daadwerkelijk was, aldus de commissie.

KLM houdt vast aan dynamic pricing, weigert compensatie

KLM bestrijdt de analyse van de Consumentenbond en wijst naar het dynamic-pricingmodel waarmee de maatschappij ticketprijzen vaststelt: prijzen bewegen continu mee met vraag, beschikbare stoelen, boekingsmoment en capaciteit, aldus de luchtvaartmaatschappij tegenover Luchtvaartnieuws. Een gesprek met de Consumentenbond over compensatie voor gedupeerde reizigers wees KLM van de hand.

Wel liet de maatschappij weten de uitspraak "mee te nemen" in toekomstige campagnes. Volgens Luchtvaartnieuws paste KLM de communicatie rond de eerstvolgende editie van de kortingsactie al aan.

Voor de Consumentenbond is de kwestie nog niet gesloten. De organisatie diende ook een klacht in over de afteltimer die KLM in de campagne gebruikte om urgentie te creëren. Die klacht wees de RCC in eerste instantie af, maar de Consumentenbond gaat in beroep; de zitting bij het College van Beroep staat gepland voor eind oktober, meldt de Consumentenbond.

"Onvoldoende inzichtelijk hoe het gecommuniceerde prijsvoordeel tot stand kwam" — de kern van de RCC-uitspraak over KLM's kortingscommunicatie.

De uitspraak staat niet op zichzelf: Nederlandse toezichthouders en zelfregulerende instanties zijn de afgelopen jaren strenger gaan kijken naar de manier waarop bedrijven kortingen en prijsvoordelen presenteren.

Waarom vliegtickets buiten de strenge kortingsregels vallen

Voor fysieke producten gelden in Nederland sinds mei 2022 strikte regels voor "van-voor"-prijzen. Op grond van de Europese Omnibusrichtlijn moet de doorgestreepte "van"-prijs bij een korting de laagste prijs zijn die een verkoper in de dertig dagen voorafgaand aan de actie daadwerkelijk heeft gehanteerd. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) handhaaft die regel en waarschuwt dat misleidende kortingen — zeker rond Black Friday en de feestdagen — hard worden aangepakt, blijkt uit de toelichting van Thuiswinkel.org.

Die wettelijke referentieprijsregel geldt echter alleen voor fysieke producten, niet voor diensten zoals vliegtickets. Daardoor kon de Consumentenbond niet naar de ACM stappen om KLM's kortingsclaims te laten toetsen, en liep de klacht via de Reclame Code Commissie — een zelfregulerend orgaan van de reclamesector zonder wettelijke sanctiebevoegdheid. Een RCC-aanbeveling is niet juridisch afdwingbaar; bedrijven kunnen een uitspraak naast zich neerleggen, al doen de meeste dat in de praktijk niet vanwege reputatieschade.

Voor de dienstensector — reizen, verzekeringen, abonnementen, energie — betekent dit dat kortingsclaims minder streng wettelijk zijn afgebakend dan bij producten, terwijl de RCC wel degelijk kan en wil ingrijpen als de onderbouwing van een prijsvoordeel ontbreekt.

Wat de uitspraak betekent voor Nederlandse marketeers en bureaus

De KLM-zaak is een les voor elk bureau en elke marketingafdeling die met kortingsclaims, referentieprijzen of urgentie-elementen werkt — ook buiten de luchtvaart. De RCC toetst dit soort campagnes op basis van de Nederlandse Reclame Code, die eist dat reclame niet misleidend mag zijn over een specifiek prijsvoordeel. Dat geldt onafhankelijk van de vraag of de wettelijke 30-dagenregel van de ACM van toepassing is.

Een paar praktische lessen uit de uitspraak:

  • Onderbouw referentieprijzen. Als een campagne claimt dat iets "korting" is, moet voor de consument navolgbaar zijn waartegen die korting wordt afgezet.
  • Let op prijsontwikkeling tijdens de actie. Wanneer prijzen tijdens een "aanbieding" kunnen stijgen — zoals bij dynamic pricing in de reissector — ontstaat het risico dat de kortingsclaim feitelijk onjuist wordt.
  • Urgentie-elementen liggen onder een vergrootglas. Afteltimers en andere schaarste-signalen trekken inmiddels ook de aandacht van toezichthouders en belangenorganisaties, zoals blijkt uit de aparte klacht die de Consumentenbond over KLM's afteltimer indiende.
  • Zelfregulering telt mee, ook zonder sanctie. Een RCC-uitspraak is niet afdwingbaar, maar weegt zwaar in de publieke beeldvorming — zeker wanneer consumentenorganisaties de zaak actief onder de aandacht brengen.

Voor bureaus die actiecampagnes voor de reis-, verzekerings- of abonnementensector ontwikkelen, is dit een moment om de eigen prijsvergelijkingen en kortingsclaims tegen het licht te houden voordat een toezichthouder of consumentenorganisatie dat doet.