Wat de Digital Omnibus voorstelt voor cookies

De Europese Commissie presenteerde op 19 november 2025 het pakket Digital Omnibus, een verzameling wetsvoorstellen die de digitale regelgeving van de EU moet vereenvoudigen. Volgens de eigen aankondiging van de Commissie moet het pakket bedrijven helpen "minder tijd te besteden aan administratief werk en compliance", met een beoogde besparing van 5 miljard euro per jaar aan administratieve lasten voor 2029. Onderdeel van het pakket zijn "gemoderniseerde cookieregels", die volgens de Commissie de gebruikerservaring online moeten verbeteren.

De kern van het cookievoorstel: toestemmingsvereisten voor cookies en vergelijkbare technieken verhuizen van de ePrivacy-richtlijn naar de AVG. Daarbij komen uitzonderingen op de toestemmingsplicht voor onder meer de technische transmissie van communicatie, diensten die een gebruiker expliciet heeft aangevraagd, eigen geaggregeerde metingen door een organisatie zelf, en beveiliging en apparaatonderhoud. Voor cookies die worden gebruikt voor advertenties, tracking of profilering blijft toestemming wel verplicht, zo licht DDMA toe. Het voorstel introduceert daarnaast browserbrede privacy-signalen, waarmee gebruikers hun voorkeur voor tracking op apparaatniveau zouden kunnen instellen in plaats van per website.

Wat dit concreet betekent voor marketeers en bureaus

Voor de meeste Nederlandse marketeers verdwijnt de cookiebanner niet van de ene op de andere dag, ook niet als het voorstel wordt aangenomen. DDMA wijst erop dat de meeste websites standaard gebruikmaken van tools van derden zoals Google Tag Manager, GA4 en Google Ads, en die vallen buiten de voorgestelde uitzonderingen. Zolang een site dat soort meet- en advertentietechnologie gebruikt, blijft een toestemmingsvraag dus nodig.

Een detail dat direct invloed heeft op campagnewerk: organisaties zouden een bezoeker die cookies weigert minstens zes maanden niet opnieuw om toestemming mogen vragen. Dat raakt de manier waarop bureaus nu regelmatig opnieuw consent proberen op te halen, en kan het effectieve bereik van op cookies gebaseerde advertentiedoelgroepen verkleinen. Ook de browserbrede privacy-signalen zijn voor marketeers relevant: als gebruikers hun voorkeur straks op apparaatniveau vastleggen, kan dat per saldo tot minder opt-ins leiden dan bij losse, contextuele toestemmingsvragen per website, omdat een generieke instelling minder ruimte laat voor uitleg over het specifieke gebruik. Voor bureaus die op maat gesneden targeting en A/B-testen van consentschermen aanbieden, verandert dat het speelveld waarop die diensten worden ingezet.

Werkgevers positief, marketing- en privacyorganisaties kritischer

Werkgeversorganisatie VNO-NCW reageert positief en noemt de omnibus "simplicity by design: minder overlap, meer samenhang". De organisatie wijst op de door de Commissie genoemde besparing van 5 miljard euro per jaar en zegt bij het Europees Parlement en de Raad te blijven aandringen op vasthouden aan die vereenvoudigingslijn.

Brancheorganisatie DDMA is voorzichtiger. In een analyse van het cookiekader waarschuwt de organisatie dat er een systeem dreigt te ontstaan "waarin gebruikers in de praktijk alleen kunnen kiezen tussen volledig accepteren of volledig blokkeren". DDMA vreest bovendien dat grote platformen met veel eigen (first-party) data in het voordeel komen ten opzichte van kleinere Nederlandse uitgevers en dienstverleners, en pleit voor "coherente en risicogebaseerde regelgeving" in plaats van generieke vereenvoudiging.

De kritiek reikt verder dan de marketingbranche. Volgens Netkwesties stuurden ruim 130 maatschappelijke organisaties, waaronder Bits of Freedom en Privacy First, een gezamenlijke brief met zorgen aan de Commissie. Ook de Autoriteit Persoonsgegevens plaatste een kanttekening: "Voordat zulke ingrijpende wijzigingen worden doorgevoerd, moet helder zijn wat de gevolgen zijn." Europarlementariër Kim van Sparrentak (GroenLinks) uitte eveneens kritiek op het voorstel.

Hoe nu verder: onzeker tijdpad in Brussel

Het voorstel bevindt zich nog in een vroege fase van het Europese wetgevingsproces. Het Europees Parlement en de Raad van de EU moeten er eerst allebei mee instemmen, en op onderdelen wijken hun standpunten nu al uiteen. DDMA schrijft dat het cookievoorstel "nog een lange weg te gaan" heeft en op dit moment "geen directe invloed" heeft op de verplichtingen van Nederlandse organisaties.

Voor marketeers en bureau-eigenaren betekent dit vooral: de huidige cookiewetgeving blijft gewoon van kracht, en er is geen reden om cookiebanners nu al aan te passen op basis van dit voorstel. Wel doet de branche er goed aan de onderhandelingen te volgen, omdat de uitkomst direct raakt aan hoe toestemming voor advertentie- en trackingcookies in de toekomst wordt vastgelegd, en aan de mate waarin bureaus dat proces voor klanten kunnen inrichten. DDMA herhaalt in beide analyses dat het pleit voor een aanpak die onderscheid maakt tussen verwerkingen met een hoog privacyrisico en toepassingen met een beperkt risico en aantoonbaar voordeel voor consument of veiligheid, in plaats van één regeling voor alle vormen van cookiegebruik.